
Waarom we IR-technologie gebruiken voor het drogen van halfgeleidermaterialen
Bij het opwarmen van halfgeleidermaterialen maken we gebruik van infraroodstraling. Waarom? Omdat de oude methode – het gebruik van convectieovens – veel problemen met zich meebrengt. Deze ovens kunnen vezels vrijgeven of vereisen het gebruik van schadelijke chemische katalysatoren en VOC’s om de gewenste temperatuur te bereiken.
IR-technologie vermijdt dit allemaal. In plaats van de lucht op te warmen, wordt de energie rechtstreeks in het materiaal geleid. Het is een andere vorm van warmte. Stel je voor dat je op een koude dag in de zon staat: je voelt niet dat de lucht warmer wordt, maar juist de warmte die op je huid treft.
In een schoonruimtestation dringt de kortegolf-infraroodstraling diep door in het coatings- of lijmmiddel. Hierdoor wordt er een reactie uitgelokt die het materiaal van binnenuit doordroogt. Aangezien we niet de hele ruimte hoeven op te warmen, besparen we veel energie. Meestal is dat 30% tot 50% minder energieverbruik dan bij systemen die gebruikmaken van geforceerde luchtcirculatie. Dat is goed voor het milieu en voor de energierekening.
Het behouden van zuiverheid
Als je werkt met loodvrije lasstoffen, weet je hoe lastig dat kan zijn. Er is een hoge temperatuur nodig, en ook een zeer specifiek thermisch profiel. IR-lampen zijn hier ideaal: ze kunnen deze temperaturen in seconden bereiken. Er is geen verbranding, geen roet en geen koolstofemissies die het materiaal kunnen beschadigen. We pakken de lampen zelfs in hoogzuiver kwarts in, zodat er geen risico is op uitstoot van giftige stoffen.
De nadelen (want die zijn er altijd)
IR-technologie is erg goed, maar heeft wel één nadeel: het werkt alleen in een rechte lijn. Als de materiaalopslag een vreemde vorm heeft of onregelmatige contouren, zullen er koude plekken ontstaan. Daarom besteden we veel tijd aan het bepalen van de juiste hoeken van de reflectoren – we moeten ervoor zorgen dat de warmte echt alle hoeken van het materiaal bereikt. Bovendien kan de warmte zo intens zijn dat we de lampen niet zomaar op een willekeurig frame kunnen plaatsen. We moeten dan ook een goede thermische isolatie gebruiken. Anders riskeren we dat het chassis vervormt – of erger nog: dat de alarmsystemen in het schoonruimtestation worden geactiveerd en iedereen in het gebouw wakker wordt.